BTW landbouwregeling/ veehandelsregeling afgeschaft per 1 januari 2018

20 dec

Tijdens Prinsjesdag 2017 heeft het demissionaire kabinet het wetsvoorstel ingediend om de BTW landbouwregeling in de Wet Omzetbelasting met ingang van 1 januari 2018 af te schaffen. Daarmee vervalt ook de veehandelsregeling en toepassing van het 6% BTW tarief voor diverse leveringen en diensten aan agrarische ondernemers.

Werking BTW landbouwregeling/ veehandelsregeling 

BTW landbouwregeling

Landbouwers, bosbouwers, tuinbouwers en veehouders zijn onder de huidige wetgeving  vrijgesteld van BTW en hebben geen recht op aftrek van BTW. Dit geldt bijvoorbeeld ook voor contracttelers, contractmesters, zelfkazende boeren en hobbyboeren. Wel kunnen deze  agrarische ondernemers opteren voor BTW heffing. Indien geopteerd wordt voor BTW heffing bestaat ook recht op aftrek van BTW. Bij levering door een BTW vrijgestelde agrariër aan BTW belaste afnemers van agrarische producten en diensten kan de afnemer 5,4% van het aan hem in rekening gebrachte als BTW voorbelasting in aftrek brengen. Daarvoor moet de afnemer wel beschikken over een landbouwverklaring.
 
BTW veehandelsregeling

Voor veehandelaren geldt dat zij belast zijn met BTW, maar zij kunnen juist verzoeken om zoals de landbouwer BTW vrijgesteld te zijn. De BTW veehandelsregeling mag worden toegepast op de levering van vee dat bestemd is voor menselijke consumptie maar is daartoe voor de paardenhandelaar niet beperkt. De veehandelsregeling geldt voor de verkoop van alle soorten paarden. Bij de levering van vee door een BTW vrijgestelde veehandelaar aan ondernemers die het vee be- of verwerken en aan BTW belaste agrariërs/ veehandelaren kan de afnemer 5,4% van het aan hem in rekening gebrachte als BTW voorbelasting in aftrek brengen. Daarvoor moet de afnemer wel beschikken over een veehandelsverklaring.

Gevolgen afschaffing BTW landbouwregeling/ veehandelsregeling

De afschaffing van de landbouwregeling en veehandelsregeling heeft consequenties voor de agrarische ondernemers die nog niet geopteerd hadden voor toepassing van de gewone BTW-regels en de veehandelaren die ervoor gekozen hebben buiten de BTW te blijven. Voor de leesbaarheid spreken wij hierna van agrarische ondernemers. Met name de agrarische ondernemers die in het verleden grote investeringen hebben gedaan zullen in de BTW zitten om zo BTW terug te kunnen vragen. Hierdoor zullen vooral de kleinere agrarische ondernemers zoals de hobbyboeren getroffen worden door de afschaffing van de landbouwregeling. Door afschaffing van de landbouwregeling zijn de agrarische ondernemers voor leveringen en diensten die plaatsvinden in 2018 verplicht BTW in rekening te brengen aan hun afnemer en vervalt de forfaitaire teruggave van 5,4% BTW aan de BTW belaste afnemer.
 
Administratieve lasten/ factuurvereisten

Agrarische ondernemers zullen vanaf 1 januari 2018 een BTW administratie moeten bijhouden en BTW aangifte moeten doen.  Uit de administratie moet blijken hoeveel BTW betaald moet worden en hoeveel BTW aan de Belastingdienst teruggevraagd kan worden.
 
Omdat de agrarische ondernemer er zelf voor moet zorgen dat aan de BTW-verplichtingen wordt voldaan moet de agrarische ondernemer de Belastingdienst verzoeken met ingang van 1 januari 2018 BTW-aangiften uit te reiken. Uitgangspunt is dat per kwartaal BTW aangifte gedaan moet worden. Een jaaraangifte is onder voorwaarden toegestaan.
 
Zowel de verkoop facturen als de inkoopfacturen moeten aan de factuurvereisten voor de BTW voldoen. Voor een verkoopfactuur die niet aan de factuurvereisten voldoet kan een boete van € 5.278 per factuur worden opgelegd. Indien een inkoopfactuur niet aan de factuurvereisten voldoet kan het recht op aftrek van BTW worden geweigerd.
 
Kleine ondernemersregeling

De agrarische ondernemer die verwacht per jaar minder dan € 1.883 aan BTW te betalen komt in aanmerking voor de Kleine Ondernemersregeling (KOR). De KOR kan alleen worden toegepast door ondernemers die hun onderneming drijven in de vorm van een eenmanszaak of samenwerkingsverband van natuurlijke personen, zoals vennootschap onder firma of maatschap. Ondernemers die in een jaar € 1.345 of minder BTW verschuldigd zijn kunnen ontheffing van administratieve verplichtingen aanvragen bij de Belastingdienst. Er hoeft dan geen BTW aangifte meer te worden gedaan en er mogen geen facturen met BTW worden uitgereikt. Gevolg is wel dat er geen BTW meer in aftrek kan worden gebracht. Of een verzoek om ontheffing interessant is moet dus berekend worden. Van belang daarbij is dat vanaf 1 januari 2018 op de inkoop van agrarische diensten 21% BTW verschuldigd is in plaats van 6% BTW. Hierdoor is een verzoek om ontheffing van administratieve verplichtingen minder snel interessant.
 
Voor het jaar 2018 moet het verzoek om ontheffing in 2017 ingediend worden. Indien sprake is van een gebroken boekjaar van bijvoorbeeld 1 mei tot en met 30 april moet vóór 1 mei 2018 een ontheffing van administratieve verplichtingen worden aangevraagd. Voor de periode 1 januari 2018 tot en met 30 april 2018 moet dan nog wel BTW aangifte worden gedaan. Mogelijk komt de wetgever op dit gebied nog met een tegemoetkoming.
 
Let op! Agrarische ondernemers met nevenactiviteiten, zoals de exploitatie van een camping, kunnen nu nog voor de nevenactiviteit van de KOR gebruik maken; de omzet van het agrarische bedrijf kan daarbij buiten beschouwing blijven. Vanaf 2018 moet alle omzet voor toepassing van de KOR bij elkaar geteld worden.
 
Terugvragen BTW op oude investeringen en niet in gebruik genomen voorraad en opfokkosten

BTW herziening op oude investeringen

Agrarische ondernemers kunnen de BTW op investeringen die zijn gedaan voor 1 januari 2018 en waarop BTW is betaald die ze toen niet terug konden vragen nu alsnog terugvragen. Het zal in de praktijk met name investeringen in roerende zaken vanaf 2014 betreffen. Bij investeringen in onroerende zaken is vaak al geopteerd voor BTW heffing.
Voor ieder nog openstaand jaar van de herzieningstermijn kan 1/5 van de BTW op roerende zaken terug worden gevraagd. De BTW mag in één keer in de eerste BTW-aangifte van 2018 teruggevraagd worden bij vraag 5b van de BTW aangifte. Van belang daarbij is dat de volledige administratie 2017 op het moment van indienen van de BTW aangifte over het eerste kwartaal 2018 ingeboekt is, zodat inzichtelijk is welke BTW alsnog teruggevraagd kan worden.
 
Uitbreiding BTW herziening naar kostbare diensten

Begin 2017 is een concept wetsvoorstel ingediend voor een uitbreiding van de herzieningsregeling, waardoor deze niet alleen van toepassing is op investeringen in roerende en onroerende zaken. Dit voorstel is ook van belang voor de agrarische ondernemers die per 1 januari 2018 verplicht in de BTW gaan. De VLB heeft bepleit dat de afschaffing van de landbouwregeling samenvalt met de invoering van de BTW herziening op kostbare diensten.
 
BTW in niet in gebruik genomen investeringen

Indien, bijvoorbeeld ten behoeve van de investeringsaftrek, nog in 2017 geïnvesteerd moet worden in een machine die pas in 2018 in gebruik genomen wordt, kan de BTW op de investering ineens in de eerste BTW aangifte van 2018 teruggevraagd worden.
 

6% BTW-tarief leveringen en diensten aan agrariërs vervalt; opfok blijft 6%

De hierna genoemde leveringen en diensten zijn vanaf 1 januari 2018 belast met 21% BTW. Nu nog is hierover 6% BTW verschuldigd. De tariefsverhoging leidt niet tot een nadeel omdat de agrarische ondernemer recht heeft op aftrek van BTW.

Tabel I post a5 levering van broedeieren voor pluimvee
Tabel I post a32 levering van gas en minerale olie voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten
Tabel I post b13 - diensten door agrarische loonbedrijven aan landbouwers
- diensten door fokinstellingen en instellingen voor keuring en onderzoek
- bewaren, drogen, koelen, ontsmetten, sorteren, verpakken goederen  door landbouwers geteeld/voortgebracht
- vervoer van door landbouwers geteelde goederen naar veilingen
- diensten door boekhoud- en administratiekantoren aan landbouwers
Tabel I post b18 vervoer van gas voor verwarming ter bevordering van het groeiproces van tuinbouwproducten


Door het vervallen van Tabel 1 post b13 is vanaf 2018 bijvoorbeeld ook het ophalen/afnemen van overtollige mest en het melken van koeien belast met 21% BTW.
 
Het Ministerie heeft aangegeven dat Tabel I post b16 voorlopig intact blijft. Het 6%-tarief is volgens deze tabelpost van toepassing op het in opdracht van derden opfokken of opkweken van goederen. Bij deze tabelpost is goedgekeurd dat het 6%-tarief ook van toepassing is op het opfokken van dieren, het opkweken van planten, groente en dergelijke. De verwachting is dat deze goedkeuring blijft gelden en dus bijvoorbeeld de opfok van paarden belast blijft met 6% BTW.  Bij de opfok van paarden moet het dan overeenkomstig de toelichting op tabel l post b16 gaan om de zuivere opfok en de africhting van paarden.
 

Bron: Van Vilsteren BTW Advies

« Terug

Scroll naar boven